Daar zaten zeven kikkertjes

Daar zaten zeven kikkertjes 

al in een boerensloot

De sloot was toegevroren,

Ze waren hallef dood.

Ze kwekten niet, ze kwaakten niet 

Van honger of verdriet 

Daar zaten zeven kikkertjes 

al in een boerensloot

 

De kikkertjes

De kikkertjes, de kikkertjes 

zijn aardig om te zien.

De kikkertjes, de kikkertjes 

zijn aardig om te zien. 

oe-wak kwakkwak ...

 

De kikkertjes, de kikkertjes 

die springen in het rond.

De kikkertjes, de kikkertjes 

die springen in het rond. 

oe-wak kwakkwak ....

 

In het hoge gras, in het lage gras, 

ze springen in het rond,

In het hoge gras, in het lage gras, 

ze springen in het rond. 

oe-wak kwakkwak ....

 

Een muggenbeet

Een muggenbeet, een muggenbeet

Ik voelde dat een mug het deed.

Hij beet me zomaar in mijn been

en nog wel door mijn broekspijp heen.

Ik zal dat beest wel krijgen hoor.

Ik zal dat beest wel krijgen hoor.

 

Er zat een aapje op een stokje

Er zat een aapje op een stokje,

Achter moeders keukendeur.

Hij had een gaatje in zijn rokje,

En daar stak zijn staartje deur

 

In een groen knollen-knollen-land,

In een groen, groen, groen, groen knollen-knollen-land, 

daar zaten twee haasjes heel parmant,

en de één die blies de fluite-fluite-fluit

en d' ander sloeg de trommel.

Toen kwam opeens een jager-jager-man

en die heeft er een geschoten

en dat heeft naar men denken denken kan,

de ander zeer verdroten.

 

Jongens, meisjes, aan de kant,

Jongens, meisjes, aan de kant,

want daar komt een grote olifant.

Grote poten, grote oren 

en een dikke lange slurf van voren.

Jongens, meisjes, aan de kant,

want daar komt een grote olifant.

 

Jongen, meisjes, aan de kant,

want daar komt een babyolifant.

Piepkleine poten, kleine oren 

en een piepklein slurfje van voren. 

Jongens, meisjes, aan de kant,

want daar komt een babyolifant.

 

Ik ben beertje Colargol

Ik ben beertje Colargol

beertje dat kan zingen

trala do re mi fa sol

Ik dans erbij het is te dol

Ik beleef zoveel,

Lach en huil en leer en speel

Met m'n Fluitefluit

Blaas ik elk verhaaltje uit

twiet twiet twiet twiet twiettwiet

Kleutertjes nu opgelet

Nu gaan we beginnen.

Tra-la do re mi fa sol

Ik ben beertje Colargol

 

Olifantje in het bos

Olifantje in het bos

laat je mama toch niet los

anders raak je de weg nog kwijt

en dan heb je later spijt olifantje

in het bos laat je mama toch niet los.

 

Het beertje Pippeloentje

Kijk, het beertje Pippeloentje

heeft geen sok en heeft geen schoentje,

heeft geen dasje en geen boordje

en geen tasje met een koordje

en geen broekje en geen jakje

en geen pakje met een zakje

en geen hemdje en geen wolletje

en geeneens een parasolletje

en geen ponnetje voor in bed,

maar

Pippeloentje heeft een pet!

Kijk, het beertje Pippeloentje

gaat niet wandelen in 't plantsoentje

en niet steppen op een stepje

en niet scheppen met een schepje

en niet knikkeren en niet tollen

en niet hard de straat op hollen

en niet schrijven en niet rekenen

en geen bere-poppetjes tekenen,

en niet roetsjen van de trap.

maar

Pippeloentje eet z'n pap.

Geef 't beertje maar een zoentje:

Welterusten Pippeloentje

 

Hansje Pansje kevertje

Hansje Pansje kevertje

die klom al op een hek.

Neer viel de regen

die spoelde Hansje weg.

Op kwam de zon

die maakte Hansje droog.

Hansje Pansje kevertje

die klom toen weer omhoog.

 

In het circus

In het circus kun je olifanten zien

van je tralala, van je hopsasa

in het circus heb je pret voor tien

doe de olifant eens na.

In het circus kun je leeuwen zien

van je tralala, van je hopsasa

in het circus heb je pret voor tien

doe de leeuw eens na.

 

Hallo, mijnheer De Uil

Hallo, mijnheer De Uil

Waar breng je ons naar toe

Naar Fabeltjesland

Eh, ja, naar Fabeltjesland

En lees je ons dan voor

Uit de Fabeltjeskrant

Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant

Want daarin staat precies vermeld

Hoe het met de dieren is gesteld

Echt waar? Echt waar

Echt waar mijnheer De Uil

Mmmmmmmmm

Want dieren zijn precies als mensen

Met dezelfde mensenwensen

En dezelfde mensenstreken

Dat komt allemaal in de krant

Van Fabeltjesland

Van Fabeltjesland

 

Roodborstje tikt aan het raam

Roodborstje tikt aan het raam, tin tin tin
Laat mij erin
Laat mij erin
‘t Is hier zo koud en te guur naar mijn zin
Laat mij erin
Laat mij erin

‘t Meisje deed open en had in haar schoot
Korreltjes haver en kruimeltjes brood
Dat was het roodborstje recht naar de zin
Ging toen het bos niet meer in

of:

‘t Meisje deed open, het beestje kwam snel
Binnen was ‘t beter, de guit wist dat wel
Maar toen de lente weer kwam, tin tin tin
Vloog hij het bos weder in

 

Papegaaitje leef je nog
papegaaitje leef je nog
ia dea
ja meneer ik ben er nog
ia dea
‘k heb m’n eten opgegeten
en m’n drinken laten staan
ia dea poef

Hop hop hop
Hop hop hop
paardje in galop
over plassen, over stenen
maar pas op breek niet je benen
paardje in galop
hop hop hop hop hop

hop hop ho
‘t paardje eet geen stro
‘k zal ons paardje haver kopen
zodat het in een draf kan lopen
hop hop hop hop ho
‘t paardje eet geen stro.

 

De krokodil
de krokodil ligt in het water
de krokodil zwemt naar je toe
de krokodil komt steeds een beetje nader
en hap
au
bijt ‘ie in je bil

 

Boer wat zeg je van m’n kippen
Boer wat zeg je van mijn kippen
Boer wat zeg je van mijn haan
Hebben ze dan geen mooie veren
Of staat jou de kleur niet aan
Boer wat zeg je van mijn kippen
Boer wat zeg je van mijn haan

 

Poesje mauw
poesje mauw
kom eens gauw
ik heb lekk’re melk voor jou
en voor mij
rijstebrij
o, wat heerlijk smullen wij

 

Schaapje, schaapje, heb je witte wol?
Schaapje, schaapje, heb je witte wol?
Ja baas, ja baas, drie zakken vol.
Eén voor de meester, één voor zijn vrouw.
Eén voor het kindje, dat bibbert van de kou.
Schaapje, schaapje, heb je witte wol?
Ja baas, ja baas, drie zakken vol.

Slaap kindje slaap
slaap kindje slaap
daar buiten loopt een schaap
een schaap met witte voetjes
die drinkt zijn melk zo zoetjes
slaap kindje slaap
daar buiten loopt een schaap

Donzen gele kuikentjes

Donzen gele kuikentjes

komen uit het ei

Zwemmen met de moeder mee

kwaken o zo blij

't is lente 't is lente

de winter is voorbij

de winter is voorbij

Bolke de beer
Bolke, Bolke, Bolke de beer
Daar is ie weer, daar is ie weer
Bolke, Bolke, Bolke de beer
Daar is ie weer, daar is ie weer
Er zijn beren in alle maten
En ook beren die praten
Er zijn beren die springen
En ook beren die zingen
Ik ken beren die veel weten
En een die houdt van honing eten
Maar Bolke kan nog veel meer
Met zijn vriendjes in het bos
Avontuurt hij erop los
Iedere keer
Telkens weer
Kijk naar Bolke de beer
Bolke, Bolke, Bolke de beer
Daar is ie weer...
Bolke de beer!

Alle eendjes zwemmen in het water
Alle eendjes zwemmen in het water
Falderal de riere
Falderal de rare

Alle eendjes zwemmen in het water
Fal de ral de ral de ra

Visje, visje, in het water
Visje, visje, in het water
Visje visje in je kom.
Visje visje kan niet praten.
Visje visje, draai je om.

Ik zag twee beren
Ik zag twee beren
Broodjes smeren.
O, dat was een wonder!
't Was een wonder boven wonder,
Dat die beren smeren konden.
Hihihi, hahaha,
Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Witte zwanen, zwarte zwanen
Witte zwanen, zwarte zwanen,
Wie wil er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten,
De sleutel is gebroken.
En is er dan geen smid in het land
Die onze sleutel maken kan?
Laat door gaan,
Laat door gaan,
Wie achter is, moet voor gaan!

Pinguïns, twee pinguïns 

in de ijskast van mijn oom.

Pinguïns, twee pinguïns 

in de ijskast van mijn oom.

Pinguïns, twee pinguïns

dat is net een leuke droom.

 

Tafeltjes en stoeltjes

en een lits-jumeaux, 

plus een klein toiletje

met een pinguïnpo.

 

Pinguïns, twee pinguïns in de ijskast ..... 

 

Keukentje met pannen 

en een mooie douche,

plus een lekker mandje

voor de pinguïnpoes.

 

Pinguïns, vier pinguïns in de ijskast .... 

 

Kleine pinguïnbaby’s,

wat een leuk gezicht,

maar se moeten slapen

dus de deur gaat dicht.

 

Bijtje Maja.
Er was een land, 
ik weet niet waar.
Daar woonde eens een kleine bij.
En die beleefde, 
het klinkt raar,
een avontuur voor jou en mij.

Dat kleine bijtje had een naam
en heette Maja
M. A. J. A. kleine bijtje majaaaaa.
Kijk en luister allemaal.
Altijd weer een nieuw verhaal.

Dus ga maar zitten want
hier heb je bijtje majaaaaa
Dat lieve, kleine, slimme bijtje maja.
Maja, dolle dwaze Maja.

Maja, Maja, Maja, Maja,
Maja, beleeft een avontuur.

Ze kunnen zeggen wat ze willen

Ze kunnen zeggen wat ze willen maar de olifant

Heeft de allerdikste billen van het hele land

De giraf heeft de allerlangste nek, nek, nek

 En de krokodil de allergrootste bek, bek, bek

 

Spinnetje
tekst en muziek: Jan Turkenburg
Ik ken een grappig spinnetje
Zijn naam is Karel Kruis
Hij heeft een prachtig web gemaakt
achter bij ons thuis

Daar zit hij lekker middenin
Dat doet hij niet voor nop
Want vliegt er eens een beestje in
Dan peuzelt hij dat op

La lalala, la lalala
Dan peuzelt hij dat op
Plop!

 

op een houten bruggetje

op een houten bruggetje
zat een krokodilletje
ieder die hij tegen kwam
beet hij in zijn billetje

stoute stoute krokodil
wil jij bijten in mijn bil
moet ik de politie halen
dan moet jij mijn bil betalen!

 

 

Met apen kun je lachen

De ene keer denk je,
hij lijkt gewoon wel op m'n pa
De andere keer dan zie je
in een ouwe aap je ma
En dan weer kijkt-ie net zo
als de meester van groep 4
Maar meestal is een aap,
gewoon een lekker dier

Met apen kun je lachen
Met apen heb je pret
een aap voor in de keuken
en een aap voor in je bed
Met apen kun je lachen
Met apen heb je gein
een aap voor in de kamer
een aap voor in de trein

Als ik in de gymzaal, aan de touwen hang
Dan denk ik soms ik ben een aap, ik ben heus niet bang
Ik kan zwieren als een baviaan, daar zit ik heus niet mee
En ik kan net zo lekker vlooien als een echte chimpansee

Met apen kun je lachen
Met apen heb je pret
een aap voor in de keuken
en een aap voor in je bed
Met apen kun je lachen
Met apen heb je gein
een aap voor in de kamer
een aap voor in de trein

We gaan die aap wel even zoeken
Die aap die komt heel snel terug
We kunnen haar ook even roepen
aap, aap!!!!!, Sanja

Dat beest kan niet ver weg zijn,
Ze zit hier vast heel dichtbij
We hebben hele lekkere pinda's
Kom maar hier bij mij!!
Om een aap te lokken, moet je heel erg pienter zijn
Want apen zijn ontzettend slim, ook al zijn ze klein
Dus kijk maar in de bomen, en ook goed om je heen
en gebruik je oren, dan heb je 'm meteen

Met apen kun je lachen
Met apen heb je pret
een aap voor in de keuken
en een aap voor in je bed
Met apen kun je lachen
Met apen heb je gein
een aap voor in de kamer
een aap voor in de trein

Met apen kun je lachen
Met apen heb je pret
een aap voor in de keuken
en een aap voor in je bed
Met apen kun je lachen
Met apen heb je gein
een aap voor in de kamer
een aap voor in de trein

of voor op je fiets, de vrachtauto, de scooter, spaceshuttle, de brommer (...moet ie wel een helm op!)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Helaas... Hier heb ik nog geen tekst van! Als u deze hebt, graag mailen of in gastenboek!